Vannacht lag ik wakker. Spoken vlogen in het rond. Soms, wanneer de dagen weinig ruimte laten, gebeurt me dat. Een soort donkere verwerkingsreis die weinig rust brengt, maar wel verlichting. De spoken fluisterden oorlogsdreiging, zorgen om mijn kinderen, financiële nood. Ze brachten me terug naar de dag dat mijn vader stierf. Ze raakten zinloosheid en leegte. Een reddeloos gevoel.

Langzaam voelde ik mijn bewustzijn zakken naar de schuilplek die ik had als kind. Het witte gordijn op mijn slaapkamer, waarin ik mezelf oprolde als ik er niet meer wou zijn. Met mijn ogen stijf dicht geknepen fantaseerde ik mezelf op een andere plek. Waar het licht was, zacht, leuk en samen.

Veel andere opties had ik niet.

Vannacht stond ik weer in dat gordijn. In de hoek gedrukt. Alleen en te klein voor invloed. Ik woelde door mijn donkerte en droeg de onrust. Tot ik mezelf in een woord rolde dat alles verruimde. Tegendruk.

Tegendruk is nodig als je je verschrompeld voelt. Of bedolven. Want grote kinderen faciliteren, rekeningen betalen, kattenpis opdweilen, het nieuws absorberen, rouw doorleven, een flinke caseload dragen, de koelkast volstouwen, steeds hetzelfde rondje met de hond, de administratie en ga zo maar door, met nog best een krakkemikkig lijf, en toch best wel in mijn eentje- het maakt me klein. Klein en in een hoekje gedrukt.

Godzijdank zag ik opties. Tegendruk.

Want plotseling realiseerde ik me hoe ik afgelopen maanden schreef voor mezelf, maar niet aan iemand anders. Hoe mijn kwetsbaarheid me verlegen had gemaakt. Hoe ik mezelf niet gekend voelde, maar mezelf niet kenbaar maakte. Hoe ik werk, mijn kaken span, mijn plezier verlies. Tot ik me tenslotte oprol in dat gordijn en besluit dat deze wereld de mijne niet is. Waarmee ik de wereld ook míj onthoud. Mij en mijn plezier.

Naar binnen keren kan ik goed, naar buiten komen is soms moeilijker. Maar mijn licht opzoeken en dit leven, is niet alleen een noodzaak voor mij. Het voelt als een verantwoordelijkheid in deze donkere tijd. Misschien wel het enige wat ik écht kan doen.

Mezelf niet klein maken, maar een vuur ontsteken. Tegendruk bieden aan destructie. Hoop hebben en licht geven. Door te spreken, te zingen, te schreeuwen, te kiezen. Mijn nek uit te steken. Terug te duwen. Neer te zetten waar ík in geloof. Lief te hebben en te leven. Met alles waar ik bang voor ben.